Follow my blog with Bloglovin

Soja had voor mij als kind een hoog geitenwollensokken gehalte. Het was iets voor ‘bijzondere’ mensen, zoals vegetariërs en natuurvorsers. Thuis aten we het nooit, al ben ik opgegroeid in het tijdperk waarin soja werd geprezen. Mijn zus en ik vonden het ‘muffe blokjes’ die tofu en daarmee was mijn moeders enthousiaste soja-gekokkerel resoluut naar het afvoerputje verbannen.

Anno 2017 is er ook weer veel te doen over soja. De supermarkten staan vol met zuivel- en vleesvervangende sojaproducten. Ondertussen staan voor- en tegenstanders langs de lijn sojá of sonéé te roepen. Nieuwsgierig trek ik de, in sojaschnitzels gemetamorfoosde, tofublokjes uit mijn verdomhoekje voor nader onderzoek. Allereerst bekijk ik soja ‘an sich’. Daarna duik ik in de wereld van de gemodificeerde soja.

Heilig boontje?

Soja is een boon en bevat naast vele vitamines en alle essentiële aminozuren, een zeer hoog gehalte aan ijzer (8,6 mg/100 gram), eiwitten (9,5g / 100 gram) en calcium (260 mg/100 gram). In dat opzicht is soja een logische keus als vervanger van dierlijke producten.

Toch ligt de sojaboon onder vuur. Grootste discussie punten zijn bepaalde stoffen in soja: saponinen, fytohemagglutinine, fyto-oestrogenen, anti-trypsine, anti-amylase, fytinezuur en goitrogeen. De één zegt ‘het is superfood’, de ander beweert dat het slecht voor de mens is. Wie moet ik geloven?

Om zo onafhankelijk mogelijke informatie te vinden, heb ik de stoffen uit soja die ter discussie staan los onderzocht, zodat ik zo min mogelijk op soja-gerelateerde websites ben uitgekomen. Het volgende heb ik gevonden.

Saponinen

Voorstanders van sojaproducten zeggen dat saponinen in soja cholesterol verlagend werken. Tegenstanders zeggen dat de saponinen het lichaam juist ‘aanvallen’.

Eigen onderzoek:

Saponinen komen voor in meerdere planten en in ongewervelde zeedieren. Er zijn saponinen die goed voor het menselijk lichaam zijn, omdat ze cholesterol verlagend werken, ontgiften en zorgen voor hormonale regulatie. Deze saponinen zitten in: thee, spinazie, suikerbiet, asperges, fenegriek, gingseng, ui en knoflook. Andere saponinen, triterpenoïde saponinen genaamd, zijn minder goed voor het lichaam. Ze maken de darm in wezen kapot waardoor deze stoffen doorlaat die eerder niet door de darmwand konden. Ze zorgen voor activatie van het immuunsysteem, waardoor een chronische lage graad ontsteking ontstaat. Een ontstekingsbeeld dat onder andere kan zorgen voor auto-immuunziekten en cardiovasculaire aandoeningen.

Deze saponinen komen voor in: tomaten, aardappel, aubergine, graanproducten en peulvruchten (waaronder soja).

Saponinen lijken me niet goed voor het lichaam (1 punt voor de tegenstanders). Echter, het komt ook voor in andere producten zoals aardappels en aubergines en daar hoor je nooit iemand over. Om hoeveel saponinen gaat het eigenlijk?

Product Saponinen per kilo product
(niet-Nederlandse) Quinoa * 6000 mg
Soja bonen 4040 mg
Witte bonen 4100 mg
Kidney bonen 3500 mg
Tempeh 1530 mg
Linzen 1100 mg
Aardappels (voornamelijk in de schil)  720 mg
Tofu   590 mg
Onrijpe tomaten   548 mg
Aubergines   120 mg
Sperziebonen   100 mg
Rijpe tomaat        0,3 mg

*Quinoa komt oorspronkelijk uit de Andes. Inmiddels is het pseudo-graan erg populair in Europa, waardoor er veel mee geëxperimenteerd wordt. Dankzij veredeling kweken boeren in Nederland nu een saponinen-arme Quinoa.

In vrijwel ieder sojaproduct zitten saponinen, behalve in soja-olie en soja-lecithine. Bij fermentatie vermindert de hoeveelheid wel. Ik wil soja door de saponinen niet te vaak eten. Bij Quinoa kijk ik voortaan waar het gekweekt is. Witte bonen en kidney bonen eten we maar niet meer wekelijks. Tomaten vallen wat mij betreft wel af van dit ‘slecht’ lijstje. Daar zitten wel heel weinig saponinen in.

Fytohemagglutinine

Volgens tegenstanders zorgt deze stof in soja voor samenklontering van de rode bloedcellen. Deze zijn daardoor minder in staat om zuurstof te vervoeren.

Eigen onderzoek:

Fytohemagglutinine is een lectine die aangetroffen wordt in planten. In hoge doses is het een gif. De stof komt vooral voor in bonen (ook in de sojaboon). Daardoor is het eten van vijf rauwe bonen al giftig (misselijkheid en braken). De hoogste concentratie fytohemagglutinine komt voor in kidneybonen. Zodra de bonen lang genoeg gekookt worden, minstens 30 minuten, wordt het gifgehalte verlaagd met een factor 200. Fytohemagglutinine kan rode inderdaad bloedcellen doen klonteren.

Soja is een heilig boontje op dit gebied en zeker niet ‘erger’ dan andere bonen. Daarbij neemt het gifgehalte bij het koken en fermenteren van bonen enorm af.

Fyto-oestrogeen

Voorstanders zeggen dat deze plantaardige vorm van oestrogeen de terugkeer van kanker kan helpen voorkomen bij vrouwen die eerder borstkanker hebben gehad.

Tegenstanders beweren dat fyto-oestrogenen, dezelfde werking hebben als onze eigen oestrogenen. Dit zou de menstruele cyclus bij vrouwen in de war schoppen, onvruchtbaarheid bij mannen veroorzaken, een vroege puberteit bij meisjes en een verlate puberteit bij jongens teweegbrengen. Artsen raden bij borstkanker vaak aan om géén fyto-oestrogenen te eten.

Eigen onderzoek:

Fyto-oestrogenen zijn een groep stoffen die planten aanmaken. Ze werken in het lichaam als imitatie-oestrogeen, doordat ze op dezelfde receptoren passen en deze aan het werk zetten. De volgende fyto-oestrogenen komen voor: lignanen, coumestanen en isoflavonen. Deze onderverdeling maakt volgens mij het verschil in mening over de werking van fyto-oestrogenen. De drie werken namelijk allemaal anders op het lichaam.

  • Lignanen verhogen de aanmaak van het lichaamseiwit SHBG. Dit eiwit haalt het overschot aan (vrije) oestrogenen uit het lichaam. Lage concentraties vrije (geslachts)hormonen verlagen de kans op borst- en baarmoederhalskanker. Tot nu toe tonen alleen dierstudies aan dat lignanen ook hormoongerelateerde kankercellen vermindert.  Lignanen zitten in hoge concentraties in lijnzaad. Verder zitten ze ook in: pitten en zaden, veenbessen, groene thee, saliethee en de meeste groenten.
  • Coumestanen komen o.a. voor in soja, klaver(honing), kaneel en tonkabonen. Dit fyto-oestrogeen is werkzaam als anti-oxidant en bloedstollingsremmer.
  • Isoflavonen kunnen helpen bij overgangsklachten en botontkalking. Soja valt onder de isoflavonen en bevat net als rode klaver en hop, hoge concentraties hiervan. (In broccoli en andere groenten zit het ook, maar dan in zeer lage concentraties). Studies over het gebruik van soja bij borst- en baarmoederhalskanker zijn tegenstrijdig. De één bewijst namelijk dat het borstkankercellen afbreekt, terwijl de ander bewijst dat het de kankercellen doet groeien. Het gaat dan ook om deze fyto-oestrogenen – de isoflavonen – die artsen afraden te nuttigen bij hormoongerelateerde kanker. Er is gewoonweg nog te veel onduidelijkheid over.

Om welk gehalte fyto-oestrogenen gaat het?

Product Fyto-oestrogeen gehalte (MCG) per 100 gram product
Lijnzaad 379380
Sojabonen 103920
Meergranenbrood    7540
Knoflook      603
Broccoli        93
Linzen        63
Koffie          6

Ik ben onder de indruk van fyto-oestrogenen. Dat ze in het lichaam werken als echt oestrogeen, lijkt me heftig en niet handig voor de kids en manlief.

Daarbij is er een alternatief voor het wegvangen van eventuele vrije oestrogenen in mijn eigen lijf. Ik kan namelijk ook kiezen voor groenten uit de familie van de kruisbloemige. Hieronder vallen o.a. bloemkool, boerenkool, rucola, witte kool, radijs, spruitjes, tuinkers. De werkzame stof in deze groenten is: Diindolylmethaan, afgekort: DIM. Deze stof regelt de hormoonbalans (haalt overschot weg) en reguleert het gedrag van cellen. DIM is géén imitatie oestrogeen.

In het geval van de fyto-oestrogenen, geef ik een punt aan de tegenstanders van soja.

Voor volwassenen met een oestrogeen tekort, kunnen de fyto-oestrogenen uiteraard wel goed van pas komen.

Anti-trypsine

Voorstanders van soja zeggen dat soja heel goed te verteren is voor de mens. Terwijl tegenstanders zeggen dat ‘anti-trypsine’ en ‘anti-amylase’ in soja er voor zorgt dat het moeilijk te verteren is.

Eigen onderzoek:

Als er al antitrypsine in soja zit, dan heeft dat geen invloed op het verteringsenzym. ‘Trypsine’ en  ‘antitrypsine’ zijn namelijk twee hele verschillende dingen. Trypsine is een verteringsenzym en antitrypsine is een eiwit. Het woordje ‘anti’ slaat dus niet op het verteringsenzym. Antitrypsine is namelijk een eiwit dat voornamelijk in de lever wordt gesynthetiseerd en de werking van het enzym elastase remt. Elastase breekt elastine af, een belangrijk bestanddeel van bindweefsel. Antitrypsine is een belangrijk eiwit dat bijvoorbeeld een longembolie voorkomt.

Als anti-amylase in soja voorkomt, dan zou dit een effect kunnen hebben op de vertering van zetmeel. Dit is echter nog in onderzoek. Anti-amylase komt overigens in heel veel plantensoorten voor en is nodig voor het ontkiemen van zaden. Zetmeel wordt daarbij omgezet in voeding voor de ontkiemende zaadjes.

Deze twee onderwerpen lijken er door tegenstanders een beetje bijgesleept om soja een slecht imago te geven. Voor mij komen ze hierdoor nu zélf in een slecht daglicht te staan. Boontje komt om zijn loontje… Puntje voor de voorstanders.

Fytinezuur

Voorstanders zeggen dat soja hierdoor cholesterol verlagend werkt. Tegenstanders zeggen dat fytinezuur de opname van mineralen kan blokkeren.

Eigen onderzoek:

Fytinezuur zit in veel noten, granen, peulvruchten en zaden. Fytinezuur is een opslagvorm van het mineraal fosfor. Fosfor gaat graag een verbinding aan met andere mineralen, zoals koper, ijzer, zink, magnesium en calcium. Als we voeding eten met fytinezuur, dan kan dit in de darm een verbinding aangaan met deze mineralen, waardoor ze niet meer door de darmwand kunnen. Op deze manier ontneemt fytinezuur kostbare mineralen.

Met een gevarieerd voedingspatroon is een tekort aan mineralen echter niet snel aan de orde. Fytinezuur heeft ook veel positieve uitwerkingen, waaronder: cholesterolverlagend en bloedsuikerstabiliserend. Daarbij kan fytinezuur kan de darmen helpen om zware metalen en radioactieve toxische substanties uit te scheiden.

Ik zeg, de voordelen wegen op tegen de nadelen. Daarbij verdwijnt fytinezuur grotendeels uit de soja bij fermentatie. Ik geef een punt aan de voorstanders.

Goitrogeen

Voorstanders zeggen dat goitrogeen in soja geen gevaar voor de mens vormt. Tegenstanders zeggen dat de goitrogeen in soja de werking onderdrukt van enzymen die schildklierhormonen vormen, met een traag werkende schildklier tot gevolg.

Eigen onderzoek:

Goitrogeen is een stof die voorkomt voor in soja-producten, kruisbloemigen, vruchten en zetmeelrijke planten (o.a. mais en bamboescheuten). Wanneer je deze producten rauw eet, kunnen de goitrogenen de werking van de schildklier nadelig beïnvloeden. Als je deze producten kookt, is deze uitwerking veel minder erg. Goitrogenen blijken pas een echt probleem te vormen bij het overmatig eten van rauwe groente waar het in zit of als er al een schildklier probleem is. De schildklier kan dan namelijk vergroten en trager gaan werken.

Tenzij ik een fetisj ontwikkel voor het eten van kilo’s rauwe sojabonen, is dit voor mij geen reden om soja te mijden. Een punt voor de voorstanders.

Naast alle stofjes in soja die ter discussie staan, is er nog de vergelijking door voorstanders met de ‘supergezonde’ en stokoude Aziaten, die volgens hen de hele dag op soja kauwen. In Azië worden de mensen inderdaad relatief een stukje ouder dan in NL en komt er ook minder hormoon gerelateerde kanker voor. Zoals eerder vermeld, zijn daar echter tegenstrijdige onderzoeksresultaten over. De goede gezondheid van vele Aziaten kan ook liggen aan andere eetgewoonten: veel zeewier en groenten in het dieet, weinig alcohol en zuivel in het dieet.

Daarbij eten ze in Azië wel superváák sojaproducten, maar niet supervéél. Per dag is het een bescheiden portie van max 40 gram. Vegetariërs en veganisten in NL pakken mijns inziens behoorlijk uit met de consumptie van soja (melk, yoghurt, vleesvervangers op brood, vleesvervangers bij het avondeten). Daarbij zit in heel veel andere dagelijkse producten ook nog eens soja verwerkt. Ik kan me voorstellen dat in zulke grote hoeveelheden de negatieve kanten van soja de overhand kunnen nemen, zoals tegenstanders van soja zeggen.

Gefermenteerd versus ongefermenteerd

Gefermenteerde sojaproducten zijn o.a. tempeh, miso en sojasauzen. Niet gefermenteerd zijn o.a. tofu en sojamelk.

Bij de fermentatie van soja worden de bonen geweekt, gekookt en daarna vermengd met de schimmel Rhizopus oligosporus en 24 uur geïncubeerd.

Door deze traditionele fermentatie van sojabonen verdwijnt fytinezuur grotendeels uit de soja, schakelt het de werking van fytohemagglutininen uit en vermindert het saponinen aanzienlijk.

Alarmbellen bij sojasauzen

Je hebt sojasaus, ketjap en tamari. Ze geven het eten een zoete of juist zoute smaak, afhankelijk van de soort, en geven kleur aan een gerecht. De saus kan gefermenteerd zijn (de langzame traditionele manier) of volgens een snelle chemische productiemethode zijn verkregen met gehydroliseerd eiwit.

Bij fermentatie vindt er een langzame rijping plaats. Net als bij wijn ontstaan er tijdens dit proces allerlei geur- en smaakstoffen. Tot slot wordt het eindproduct gefilterd en gepasteuriseerd voor een betere houdbaarheid.

Maar de sauzen worden dus ook anders verkregen, namelijk door de sojabonen/meel te bewerken met zoutzuur! Zo komt er een chemisch proces op gang dat vrijwel hetzelfde resultaat geeft als de oorspronkelijke bereidingswijze (fermentatie) maar veel sneller gaat en dus goedkoper is. Het brengt een product letterlijk binnen no-time op smaak.

Nadeel is dat er een stof kan ontstaan, MCPD, die mogelijk kankerverwekkend is. Ook krijgen veel mensen hoofdpijn van deze sojasauzen.

Hoe vind ik een goede saus? Eigenlijk geldt: hoe minder ingrediënten, hoe beter. Een goede soja/ketjap/tamari zou moeten bestaan uit: (GMO vrije) sojabonen, tarwe, bronwater en zeezout. Staan bij de ingrediëntenlijst woorden als ‘aroma’, E621 en/of mononatriumglutamaat, dan laat ik het liever staan. Inmiddels heb ik alle sauzen (ook de niet-sojavarianten) thuis onder de loep genomen en geschrokken vele flessen naar de glasbak verhuisd.

Bon a pe-sticide

De meeste soja wordt genetisch aangepast op een nare manier. Lees hier mijn blog over genetische modificatie voor meer informatie.

Nedersoja

Het is mogelijk om soja in Nederland te telen, wat op kleine schaal al wordt gedaan. Deze ‘Nedersoja’ is niet genetisch gemodificeerd. In 2016 waren er 20 Nederlandse boeren die soja teelden, met een oppervlakte van 150 hectare aan Nederlandse akkers. Alpro is één van de afnemers van Nedersoja. In 2016 is in de ‘Green Deal Soja’ afgesproken dat er binnen enkele jaren 10.000 hectare soja op de Nederlandse akkers moet groeien. Deze ambitie is gesloten tussen coöperatie Agrifirm, de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu en de provincies Groningen, Friesland en Drenthe.

Conclusie voor mij

Gemodificeerde soja laat ik graag aan mijn potten en pannen voorbij gaan. Biologische en Nedersoja hebben goede en slechte eigenschappen, zoals eigenlijk zoveel planten die wij eten. De enige echt zorgelijke factoren voor mij zijn de saponinen en fyto-oestrogenen. Ik wil soja niet wekelijks eten, voornamelijk voor de kinderen en manlief (ik ben toch graag de enige in huis met borsten, al zal hij dan ook op zijn bierconsumptie moeten letten, vanwege de fyto-oestrogenen in hop;). Vanwege de hoge voedingswaarde wil ik het wel af en in ons menu verwerken. Mijn grootste uitdaging is om mijn kinderen ervan te overtuigen dat het géén muffe blokjes zijn.

Bij mijn recept ‘gado gado met tempeh-nuggets’ heeft het gewerkt! Ze hebben gesmuld. Klik hier voor het recept.

Kijk ook eens bij mijn andere blogs, weetjes en recepten, zoals ‘brandnetels in de tuin zijn superfijn.’

Leuk om te horen wat je van mijn blogs, recepten en weetjes vindt en wat jij eruit haalt! Laat je het weten?

*Wat ik in mijn blogs beschrijf is de zoektocht en de keuzes die ik persoonlijk maak in voedselland. Het hoeft natuurlijk niet voor iedereen de beste keus te zijn, haal eruit wat jij wilt!*

-With lof-

Marloes

Bronnen